Een faire kostprijs en resultaatgerichte financiering

Innovatie_nul13_Faire_kostprijs

Een faire kostprijs en resultaatgerichte financiering

De nieuwe onderwijsachterstandenregeling biedt ruimte voor een faire kostprijs en resultaatgerichte financiering op specifieke thema’s.

Het sociaal domein 0 tot 13 jaar is in beweging. Veel is in de afgelopen jaren veranderd en ook komend jaar verandert er veel. Na de harmonisatie van kwaliteitseisen en de herijking van de GOAB-budgetten, maken gemeenten en aanbieders van voorschoolse voorzieningen zich nu op voor de verruiming van de voorschoolse educatie naar 960 uur in 2020. Dat levert niet alleen praktische uitdagingen op. Ook het bepalen van een faire kostprijs, die is afgestemd op de lokale situatie, blijkt in de praktijk geen vanzelfsprekendheid. Hoe bepaal je zo’n faire kostprijs voor voorschoolse educatie? Welke middelen zet je waar in? Wat zijn de kansen? Een kort gesprek met Sebastiaan Baauw, partner en adviseur bij Innovatie nul13.

 

Partijen verbinden op weg 16 uur VVE

Op 1 januari 2020 gaat heel Nederland naar 16 uur VVE. Gemeenten en kinderopvanginstellingen, zij zijn er al mee bezig. Verspreid over anderhalf jaar moeten aanbieders van VVE namelijk 960 uur inzetten aan voorschoolse educatie voor doelgroeppeuters, waarbij voorschoolse educatie niet alleen aan doelgroeppeuters wordt aangeboden, maar ook reguliere peuters, en peuters waarvan ouders geen kinderopvangtoeslag kunnen aanvragen, welkom zijn binnen de peutergroepen. Dat brengt andere kosten met zich mee dan voorheen. Daarmee is de vraag hoe je tot een nieuwe faire kostprijs komt, actueel. Maar het is vooral ook het moment om de diverse samenwerkingen binnen het sociaal domein te herijken en het gesprek met elkaar aan te gaan. Samenwerking met onderwijs, want daar zijn nieuwe budgetten beschikbaar, maar ook samenwerking rondom jeugdzorg en toeleiding van peuters zijn thema’s waarnaar gekeken moet worden. ‘Kijkend naar het vraagstuk rondom de kostprijs van het peuterwerk laat de praktijk duidelijk zien dat je het beste, naast een goede standaardkostprijs, op zoek dient te gaan naar mogelijke overige subsidies om doelen te bereiken. Wat wij doen, is in de gemeenten waar wij mee werken alle betrokken partijen bij elkaar brengen. Denk aan de kinderopvangaanbieders, de gemeenten zelf, het onderwijs en vooral ook de GGD en bijvoorbeeld wijkteams. We zien heel duidelijk dat er behoefte is aan dialoog, om samen tot heldere en gedragen afspraken rondom het onderwijsachterstandenbeleid te komen. We begeleiden en faciliteren vervolgens de dialoog, over het vaststellen van een faire kostprijs, maar ook als het gaat over de bestemming van de beschikbare financiële middelen en het vastleggen van ieders verantwoordelijkheden’, legt Sebastiaan Baauw, adviseur bij Innovatie nul13 uit. De gemeenten, die op deze wijze werken, ervaren al de voordelen van deze aanpak. ‘Je komt als het ware van je eiland af. Je ziet de noodzakelijke verbanden sneller. En zodoende kun je met elkaar makkelijker tot resultaatgerichte afspraken en een objectief vastgestelde kostprijs komen, die écht zowel op het lokale aanbod als op de lokale behoefte en mogelijkheden is afgestemd.’

Maatwerk betekent resultaatgerichte afspraken maken

Het samen met elkaar in dialoog gaan over de bekostiging van voorschoolse educatie gaat dus verder dan het vaststellen van een faire kostprijs alleen. ‘Dat klopt. In ons kostprijsmodel kijken we onder andere heel specifiek naar wat een kinderopvangaanbieder precies doet, hoeveel tijd dat kost per peuter of per groep, wie in welke salarisschaal welke handelingen uitvoert. Dat levert veel input op, waarmee veel nauwkeuriger kan worden berekend wat dat betekent voor de kostprijs per uur.’ Sebastiaan benadrukt, dat het hiermee ook makkelijker wordt om weloverwogen keuzes en afspraken te maken die verder gaan dan de kostprijs alleen. ‘Wat steeds duidelijk wordt, is dat naast een goede kindgebonden basissubsidie, die volgens ons kostprijsmodel wordt vastgesteld, er ruimte over móet blijven voor maatwerk. Dus rekening houdend met wat er op locatieniveau, wijkniveau nog meer nodig is. Dat kan nu ook, want we weten inmiddels hoeveel geld er beschikbaar is, en waar dat geld voor beschikbaar is. Hierdoor is het mogelijk om met elkaar resultaatgerichte afspraken te maken en in te zetten op specifieke thema’s.’

Inzetten op specifieke thema’s 

De kostprijs voor de peuteropvang is in de basis een standaardkostprijs, gebaseerd op kindgebonden financiering voor heterogene groepen die voor de hele gemeente geldt. Met de nieuwe herverdeling van de onderwijsachterstandsmiddelen is het duidelijk geworden dat je mag subsidiëren om segregatie te voorkomen, dus heterogene groepen kunt financieren. Dat betekent niet meer apart reguliere peuters subsidiëren en apart VVE-peuters. Maar naast die basissubsidie kan de gemeente ook heel gericht overige subsidies verstrekken. Maatwerk dus. Sebastiaan licht toe: ‘Precies, bijvoorbeeld als het gaat om investeren in de doorgaande lijn met het onderwijs. Maar ook als het gaat om IKC-ontwikkeling, of als het gaat om thema’s rondom zorg voor peuters of ouderbetrokkenheid. We zien ook steeds meer de GGD en de Jeugdgezondheidszorg als belangrijke partij en gaan ook met hen het gesprek aan. Denk hierbij aan vragen als: hoe laat je nu die peutervoorzieningen aansluiten op wijkgerichte zorgaanpak? En: wat ga je dan uit onderwijsachterstandsmiddelen daarvoor inzetten en wat dien je te verbinden aan de jeugdzorg? Dit soort maatwerk betekent dus, dat je heel resultaatgericht je gelden kunt inzetten. Daar waar vroeger generieke kindgebonden subsidies verstrekt werden, zien wij steeds meer dat onze opdrachtgevers er baat bij hebben om echt op themaniveau in te zetten’.

Wet markt en overheid biedt ruimte

Dit betekent natuurlijk wel, dat de wettelijke kaders ruimte moeten bieden voor lokaal maatwerk. ‘En dat is ook zo’, aldus Sebastiaan. ‘We komen in de praktijk bijvoorbeeld veel vragen tegen over de wet Markt en Overheid. Wat mag ik wel en wat mag ik niet subsidiëren? Met de kindgebonden financiering organiseer je gelijkheid, door maatwerk goed en thematisch te onderbouwen is locatie- en/of wijkspecifieke subsidiering mogelijk binnen deze wettelijke kaders. Ook vraagstukken op het gebied van buitengebieden of locaties met een kleine bezetting objectiveren we als specifiek thema. Aan de hand van objectieve kengetallen en omgevingsanalyses zoeken we samen met gemeenten en aanbieders naar mogelijkheden voor een faire kostprijs en maatwerk-oplossingen. Wij en onze opdrachtgevers ervaren dat als heel positief omdat je zo veel meer resultaatgericht kunt financieren’.