Ook jouw gemeente werkt hard aan het verkleinen van onderwijsachterstanden. Je kent het belang van tijdige inzet, effectieve samenwerking en beleidskeuzes die aansluiten bij wat kinderen écht nodig hebben. Maar de manier waarop je die inzet financiert, kan gaan veranderen. Wat betekent dat voor jouw beleid?
We nemen je mee in de laatste ontwikkelingen én waarom het belangrijk is om als gemeente niet op de pauzeknop te drukken, maar juist nu dóór te pakken.
De SPUK kan verdwijnen, de verantwoordelijkheid blijft
In 2026 blijft de specifieke uitkering voor onderwijsachterstanden (SPUK OAB) nog bestaan. Vanaf 2027 is het plan dat deze wordt omgezet in een nieuwe financieringsvorm: de bijzondere fondsuitkering (BFU). Hiervoor moet nog wel de nieuwe Financiële-verhoudingswet afgerond worden. Het doel is om de nieuwe wet in 2027 in te laten gaan. Wat de val van het kabinet betekent voor deze planning is op dit moment nog onzeker.
Een BFU betekent meer vrijheid voor gemeenten: geen strakke bestedingsregels of accountantscontrole meer, maar wél de opdracht om met overtuiging te laten zien dat je de middelen goed inzet. Op welke wijze dit dient te gebeuren is ook nog niet duidelijk. Wel staat vast dat de wettelijke opdracht rondom het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (GOAB), inclusief het inspectiekader, blijft bestaan.
De keuze van het ministerie van OCW om een BFU in te voeren en de middelen dus niet op te laten gaan in het gemeentefonds, onderstreept dat het rijk de aanpak van onderwijsachterstanden nog altijd als een serieuze opdracht beschouwt. Dat geeft ruimte, maar vraagt ook iets terug. Want ondanks beleidsvrijheid blijft ook de verantwoordelijkheid om inzichtelijk te maken wat jouw gemeente met het geld bereikt. Efficiënt monitoren en sturen op effect blijven dus belangrijk, misschien wel belangrijker dan ooit.
Nu Stilvallen? Geen goed idee
In deze tussenfase is het misschien verleidelijk om af te wachten. Zeker nu de val van het kabinet voor onzekerheid zorgt. Maar onderwijsachterstanden nemen geen pauze en er komen ook andere ontwikkelingen op gemeenten af, die nu al vragen om aandacht. Zo is onlangs duidelijk geworden dat het normtarief voor 2026 tóch wordt geïndexeerd: met 4,84%, wat neerkomt op €11,23. Dat betekent veelal een hogere subsidie-aanvraag door de VE kinderopvang en dat heeft impact op het OAB-budget. Het is daarom extra belangrijk te weten wat de meest doelmatige besteding van je middelen is. Wat moet je wettelijk en waar mag, maar hoef je geen budget aan uit te geven.
Daarnaast wordt de KOT/VNG-tabel aangepast. Gezinnen met een inkomen tot zo’n €55.000,- krijgen straks 96% compensatie. Tot slot is ook de invoering van gratis kinderopvang voor werkenden uitgesteld naar 2029.
Kortom: er gebeurt veel. Juist daarom is dit hét moment om als gemeente de regie te nemen of te houden.
Bezuiniging zonder versmalling
Daarbovenop komt nog de 10% korting op de SPUK-middelen vanaf 2026. Belangrijk om te weten: er komt nog verdere informatie over wat dit betekent voor de verantwoording. Want minder geld, maar dezelfde verantwoordingslast is ook voor het ministerie niet logisch. De opties zijn dat het takenpakket of de gewenste prestaties enigszins bijgesteld worden of dat er op een andere manier meer doelmatig wordt gewerkt. Het ministerie zal hier ‘het veld’ bij betrekken. In een motie vanuit leden van de VNG wordt opgeroepen om de ‘stille korting’ helemaal te schrappen. Tegelijkertijd is het verstandig nu al verder te kijken: waar kunnen we slimmer organiseren? Wat levert écht resultaat op voor kinderen?
Begin met wat nú nodig is: zicht krijgen op de effectiviteit van je huidige beleid, weten wat je investeert en waarom, zorgen dat je uitvoering op orde is. Dat is geen extra ballast, maar een manier om straks sterker te staan, met meer zeggenschap over hoe je middelen inzet.
Samen een stap verder?
Als gemeente heb je de regie. Jij zorgt ervoor dat peuters met een VVE-indicatie bereikt worden. Jij maakt beleid dat klopt, op papier én in de praktijk. En ja, de spelregels lijken te veranderen. Maar juist daarom is het nú tijd om te investeren in inzicht, samenwerking en effectieve uitvoering.
Wij staan klaar om je daarbij te helpen. Of het nu gaat om het versterken van je monitoring, het maken van kostprijsberekeningen of het onderbouwen van je beleids- en financiële keuzes: zorg dat je klaar bent voor wat komt. Niet door af te wachten, maar door in beweging te blijven. Samen zorgen we dat elk kind telt, ook in het nieuwe financieringsstelsel!